Heilig u, want morgen zal de Heere wonderen doen in uw midden.         Jozua 3:5

In het boek Jozua lezen we hoe het volk Israël het beloofde land mag intrekken. De bovenstaande tekst komt uit Jozua 3. Het volk Israël staat dan op het punt om het beloofde land in te trekken. Dat wil zeggen ze zijn op aangeven van Jozua genaderd tot de rivier de Jordaan, die hen scheidt van het land van de belofte. De rivier de Jordaan is buiten zijn oevers getreden, vanwege de tijd van het jaar. Niet echt de meest gunstige tijd om over te steken. Toch weet Jozua dat het nu de tijd is om te gaan.

Hoe weet hij dat zo duidelijk? Hij had er ruim veertig jaar eerder ook al geloof voor. Jozua was als één van de twaalf verspieders al in het land geweest. Toen was er angst onder het volk. Zij durfden niet. Er was geen vertrouwen in God. Alleen Kaleb en Jozua hadden er geloof voor dat het zou lukken. Het feest ging toen niet door. Erger, het volk moest veertig jaar in de woestijn rondzwerven vanwege hun ongeloof. En door dat ongeloof konden zij het land niet in bezit nemen.

Nu staat er een nieuwe generatie klaar. Jozua heeft de belofte ontvangen dat hij het volk in het land zal leiden. Opnieuw stuurt hij verkenners. Die komen terug met het bericht dat ze er zeker van zijn dat ze het land in bezit kunnen nemen. Ze zeggen: ‘de Heere heeft ons heel dat land in handen gegeven.’ Zij geloven dat God het gaat doen. De inwoners van het land zijn niet zozeer bang voor het volk Israël, maar wel voor de macht van de God van Israël. De verhalen over de wonderen, die Hij deed om Zijn volk uit Egypte te bevrijden, worden nog steeds verteld. Ruim veertig jaar later hebben ze nog ontzag voor deze God.

Alle seinen staan daarmee op groen voor Jozua. Hij hoort het geloof van de verkenners, en weet dat het nu de tijd is. Ik vind het bijzonder dat Jozua het volk laat optrekken en voor de rivier de Jordaan opstelt. Een onmogelijke barrière. Hij laat zich er niet door ontmoedigen. Hij vertrouwt op God, op Zijn belofte. Sterker, hij neemt een enorm risico als leider. Hij geeft opdracht dat het volk zich gereed moet maken, want morgen zal God wonderen doen! Hij is ook heel specifiek over dat wonder: er zal een pad door de Jordaan ontstaan, waardoor zij kunnen gaan. Een groot geloof, een vast vertrouwen. Maar ook een enorm risico. Misschien zouden wij hem dat niet zo snel durven nazeggen. Je weet toch niet zeker dat het zal gebeuren. blijkbaar wist Jozua wat hij deed. Niet omdat hij God om een wonder kon claimen, maar omdat God hem dit geopenbaard had.

De sleutel van zijn geloofsuitspraak is te vinden in zijn relatie met God. Al jaren terug heeft Mozes van God gehoord dat Jozua het volk in het beloofde land zou leiden. Hij moest hem ervoor toerusten. En die toerusting hield in dat Jozua dag in nacht in de tent van de ontmoeting was. Mozes leerde Jozua te vertrouwen op God, te zijn in de Aanwezigheid van God, te luisteren naar Zijn stem. Ik denk dat dit de sleutel is voor de geloofsuitspraken van Jozua. Hij kende de stem van de Heere, wist wanneer de timing van God was, en was gehoorzaam.

Ik geloof dat God grote dingen in Garderen en omgeving gaat doen. De Heilige Geest maakte mij duidelijk dat we ons moeten voorbereiden. De beste voorbereiding is om ons volledig te focussen op God. Jozua zegt tegen het volk dat ze zich moeten heiligen. Dat betekent dat ze zich helemaal moeten richten op wat God gaat doen. Ze moeten zich wassen, reinigen, en verwachtingsvol uitzien naar de wonderen van God.

Het is een bewuste keuze om je hart op God te richten, tijd te nemen om in Zijn Aanwezigheid te zijn, te lezen in Zijn Woord, te luisteren naar Zijn stem. Jozua geeft ons een goed voorbeeld. Dat mogen we toepassen voor ons eigen leven. Bidden voor je gezin en familie, je werk, school. En ook voor de kerk. Samen luisteren naar de stem van onze Heer. Dat mogen we wekelijks doen in de samenkomsten, en ook bijvoorbeeld in de week van gebed die we in januari weer houden.

Ik nodig je uit om zo dit jaar in te gaan. Heilig je, want God gaat wonderen doen in ons midden.
Ds Ard-Jan Gijsbertsen
(01-23)