En toen die hoorden dat Hij leefde en door haar gezien was, geloofden zij het niet. (Markus 16:11)

Wat is dat toch met geloof? Sommigen geloven, maar heel veel mensen geloven niet in God. En als je om je heen kijkt, lijkt het aantal ongelovigen te groeien. Tenminste in onze westerse wereld. Want er zijn ook landen waar het tegenovergestelde plaatsvindt.
Maar goed, in Nederland neemt het aantal gelovigen al jaren af. Er zijn verschillende redenen. Je kunt teleurgesteld raken door iets wat gebeurd is. Een negatieve ervaring met de kerk. Afgewezen of niet gehoord, wellicht. Door het gedoe kwam je minder vaak in de kerk. En dat gebeurde steeds vaker, totdat je merkte dat je helemaal niet meer ging, en er ook niet meer mee bezig was.
Anderen zijn afgehaakt omdat ze in beslag genomen werden door het leven, en het eigenlijk vanzelf minder werd. Er zijn ook mensen die afgehaakt zijn, omdat ze teleurgesteld in God zijn. Je had zoveel gebeden voor genezing, en het is niet gebeurd.
Ik kan mij voorstellen dat de mensen die met Jezus optrokken een beetje op zo’n punt zitten. Hij heeft zoveel mensen genezen, ja zelfs doden opgewekt. Maar nu is Hij zelf gestorven en begraven. Hoe kan het nu? Dit kan toch niet waar zijn. We hadden gehoopt dat er een nieuwe tijd zou aanbreken. De Romeinen het land uit, herstel van het koninkrijk van David. Hij was zo wijs, deed zoveel wonderen…
En dan komt Maria Magdalena vertellen dat Hij leeft en aan haar verschenen is. Lieve vrouw hoor, die Maria. Maar ja, zij is ooit bezeten geweest door zeven demonen. Ze is wel vatbaar voor waanideeën. Door haar verdriet ziet ze het vast niet meer scherp. Ach het idee geeft haar houvast misschien. Laat haar maar. En zij geloofden het niet!
Eigenlijk is geloven best irritant. Je wordt voortdurend uitgedaagd om het onmogelijke toch voor mogelijk te achten. En om het nog ingewikkelder te maken kiest God er blijkbaar voor om mensen in te zetten die niet meteen serieus genomen worden.
Het evangelie schuurt soms heftig met ons leven. Jezus weet dat, en liet de mensen gaan die het niet konden meemaken. Tijdens Zijn leven dwingt Jezus niemand om in Hem te geloven. Hij vroeg de discipelen zelfs een keer of zij ook niet weg wilden gaan.
De wonderen en tekenen die Hij doet zijn groot. Water verandert in wijn. Een menigte wordt gevoed met de lunch van één persoon. Blinden gaan zien. Doven horen weer. Verlamden kunnen weer lopen, springen en dansen. Doden worden opgewekt.
Al deze dingen gebeuren. Ze zijn onmogelijk, en toch… mensen die erbij waren zagen met eigen ogen de wonderen. Niet verklaarbaar. Niet wetenschappelijk te onderbouwen. Maar het gebeurde wel. De discipelen hebben het zien gebeuren. En toch geloven ze Maria Magdalena niet.
Wat is dat toch met ons als het over geloven gaat? Waarom hebben wij moeite om in wonderen te geloven? Vaak komt dit, denk ik, omdat wij in ons eigen beperkte perspectief blijven hangen. Inderdaad zijn de wonderen die gebeuren onverklaarbaar. Daarom noemen we het ook een wonder. De verhalen in de Bijbel zijn opgetekend om ons te vertellen dat ze echt gebeurd zijn. Opdat we geloven dat God dingen kan doen die voor ons onverklaarbaar en onmogelijk lijken.
Jezus is opgestaan uit de dood. Hij leeft. Dat is een wonder. Gelukkig is Hij verschenen aan verschillende personen. Eerst aan Maria Magdalena, daarna aan verschillende anderen, waaronder de twee Emmaüsgangers, maar ook aan grotere groepen discipelen. Wij noemen hen getuigen, omdat zij Hem gezien hebben tijdens Zijn leven, maar ook na Zijn opstanding.
Geloven is vertrouwen dat het waar is, dat bij God niets onmogelijk is.

Ds Ard-Jan Gijsbertsen

(4-21)