“Alles dan wat u wilt dat de mensen u doen, doet u hun ook zo, want dat is de wet en de profeten.” Mattheus 7:12
Misschien herken je het wel die tegeltjeswijsheid: “Wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat dan ook een ander niet!” Een uitnodiging om niet mee te doen met negatieve dingen, want je vindt het zelf ook niet leuk als mensen iets negatiefs richting jou doen.
Wellicht denk je dat deze spreuk uit de Bijbel komt. Het lijkt immers op de uitspraak van Jezus. Niets is minder waar. Zelfs de Grieken hadden deze spreuk. En ook in andere delen van de wereld of bij andere godsdiensten is dit een veelgebruikte uitspraak.
Het grote verschil hier is echter dat Jezus de uitspraak niet in negatieve vorm formuleert. Die negatieve vorm past bij een passieve reactie. Als je iets niet doet, of vermijdt te doen, dan blijf je zelf immers buiten schot. In zekere zin ben je dan vooral met jezelf bezig. Je doet geen nare dingen naar anderen omdat je dat zelf niet zou willen, en daarmee hoop je dat anderen het ook niet aan jou doen.
Die negatieve vorm zal ook bij de Farizeeën een rol hebben gespeeld. Zij doen erg hun best om allerlei omwegen te bedenken om vooral niet te zondigen. Hun focus is op het voorkomen van verkeerde dingen te doen. Daarmee proberen ze de wet te houden.
Jezus gaat echter een stap verder. Hij formuleert positief. Alles wat je wil dat anderen jou doen, dat moet jij voor die ander doen. Daarmee zet Hij ons aan tot actie. Eigenlijk zegt Hij hier dat we vooral het goede moeten doen voor de ander. In de Bergrede zet Hij de wereld op z’n kop. Het draait dan namelijk niet meer om jou, maar om de ander.
Zo is Hijzelf het ultieme voorbeeld van gerichtheid op de ander. Dat uit zich natuurlijk vooral in het feit dat Hij Zijn leven vrijwillig heeft gegeven om de wereld te redden. Hij gaf Zichzelf voor ons, zonder dat Hij daar iets van ons voor terug verwachtte. Dat is liefde in ultieme vorm.
Als ambassadeurs van Christus worden wij nu opgeroepen om Zijn voorbeeld te volgen. Om datgene te doen wat Jezus zou doen. Dat vraagt wellicht een verandering van denken. Je vraagt je immers niet meer af wat jij niet leuk vindt aan wat anderen richting jou doen. Je wordt uitgedaagd te bedenken wat jij fijn zou vinden hoe anderen jou behandelen, om dat ook daadwerkelijk te gaan uitvoeren.
Dus om een voorbeeldje te geven. Als je het niet fijn vindt als anderen over jou roddelen, dan kun je besluiten dat je daar niet aan mee doet. Dat is op zichzelf al een goede zaak. Maar als we het even naar de positieve formulering van dit vers vertalen, dan moeten we het omdraaien. Wat vinden we wel fijn? Nou als anderen over jou positieve dingen zeggen. Ik heb wel eens gehoord dat ze zoiets positief roddelen noemen. Enfin, dan ga je bewust en actief op een positieve manier over de ander spreken. Hoe fijn zou het zijn als we dat gaan doen. Dat bouwt namelijk op, terwijl het andere afbreekt.
Hoe zou de wereld er uit zien als we allemaal het principe van Mattheus 7:12 gaan toepassen? Ik denk dat er dan geen roddel zal zijn, geen conflicten, geen oorlogen, geen negatieve dingen die ons leven zo vervelend kunnen beïnvloeden. Dan zal er een wereld ontstaan die toch wel aardig dicht bij het beeld komt wat Jezus ons schetst als Hij over het Koninkrijk van God spreekt.

Ds Ard-Jan Gijsbertsen
(11-21)